Go to Top

Geschiedenis van salonschip “Het Wapen van Amsterdam”

In 1948 werd door het Berner Alpenbahn-Gesellschaft in Bern, aan Herrn Dr. Ryniker, Schiffbauingenieur te Basel, de opdracht gegeven om een snel motorveerschip te ontwerpen. Dr. Ryniker was bekend van zijn snelle scheepsontwerpen. Het schip moest dienst gaan doen in de vaart op de Thuner- en Brienzersee met als thuishaven de stad Interlaken. De meeste ontwerpen van Dr. Ryniker werden gebouwd door de beroemde Zwitserse scheepswerf Escher Wyss. De Tweede Wereldoorlog had echter de gehele productiecapaciteit opgeslokt en scheepsbouw was er na de oorlog bijna niet meer mogelijk, mede door de lage kosten in het verarmde Europa en de steun vanuit het Marshall-plan werd er dan ook uitgezien naar een buitenlandse werf. De keus viel op scheepswerf Eugen Herbosch te Antwerpen, die de klus aannam.

De romp werd gebouwd en de delen van de opbouw werden er los bijgeleverd. Vervolgens werd het casco naar Dordrecht gesleept en aldaar uit het water gehaald. De romp werd door midden gedeeld en in twee secties op grote karren over het land naar Zwitserland getransporteerd. Na de montage van een 4TW 24 300pk Sulzer dieselmotor en de afbouw van het casco werd het schip als Ms Rothorn op 22 mei 1950 gedoopt en in bedrijf gesteld met een capaciteit van 400 personen.

Echter, de passagiers waren zeer kritisch over dit eerste dieselschip, gewend als ze waren aan stoomschepen. Men vond het schip teveel trillen. Deze ongemakken werden pas in 1968 met zeer veel moeite en kosten naar tevredenheid opgelost. Na een trouwe dienst van ruim 50 jaar en honderdduizenden passagiers later, werd de Rothorn om redenen van aangescherpte milieuregels buiten bedrijf gesteld en vervangen door een moderne versie. In 2001 werd het schip door Rederij de Nederlanden, ontdaan van zijn opbouw en motor, aangekocht door bemiddeling van de Zuricher scheepenthousiast Leo Ullmann. Op een multiwheel platform werd de romp over de Alpen, door de bergtunnels, in drie dagen naar Basel gebracht. Daar aangekomen werd de romp in een Nederlands motorschip gezet en vervolgens naar Amsterdam gevaren.

Rederij de Nederlanden nam de restauratie voortvarend ter hand. Scheepsontwerper Hein van Greevenbroek maakte een plan en in Delft bij scheepswerf Boxce werd het staalwerk en de motorinbouw gerealiseerd. De firma H20P was verantwoordelijk voor het timmerwerk, dit alles in eigen beheer en onder regie van Klaas Pater. Onder grote belangstelling werd het Wapen van Amsterdam op 10 september 2004 in Amsterdam bij het Scheepvaartmuseum door de dijkgraaf Johan de Bondt gedoopt. Sindsdien vaart het schip in Amsterdamse wateren naar volle tevredenheid van zijn passagiers en eigenaar.

Doop van “Het Wapen van Amsterdam” 10 september 2004